Krimpfolie
Krimpfolie, de achtergronden
Het is bij krimpfolie niet eenvoudig om vast te stellen welke folie het best bij uw product past. Ook bij het toepassen van krimpfolie dient een keuze gemaakt te worden uit het gevarieerde aanbod van diverse krimpfolies. Bij ons advies hierover, houden wij rekening met een aantal aspecten die we graag nader belichten:
1) Polyethyleen (PE), Polyvinylchloride (PVC) en Polyolifine (PO)
2) Mono- of biaxiaal
3) Double bubble blown proces
4) Cross linked
5) Soortelijk gewicht
6) Repulsie
7) Microperforatie
8) UV-bestendigheid
9) High Friction
1) Polyetheen (PE), Polyvinylchloride (PVC) en Polyolifine (PO)
In hoofdlijn zijn er drie soorten krimpfolies: Polyetheen (PE), Polyvinylchloride (PVC) en Polyolifine (PO).
PE is de meest gebruikte krimpfolie. Het betreft een in de regel dikke (25 - 150 mµ) soepele folie die goed verwerkbaar is.
Wanneer men dunnere folies (< 20 mµ) wil die haast onzichtbaar het product omsluiten, dan wijkt men uit naar een PVC- of een PO folie. PVC bestaat uit een samenvoeging van NaCl en H2. PO is een coextrusie waarvan de lagen zijn opgebouwd uit PP en PE. PO bestaat dus uit diverse oliederivaten.
2) Mono- of biaxiaal
De term mono- of biaxiaal refereert aan de krimprichting van de folie. Soms is het wenselijk dat de folie maar in één richting krimpt. Bijvoorbeeld wanneer men lange voorwerpen (laminaatparket) verpakt of wanneer men een product verpakt waarbij de krimpfolie aan twee zijden open blijft (een tray met blikjes).
Wanneer een redelijk gelijkvorming product geheel omsloten moet worden, dient de folie in twee richtingen of wel biaxiaal te krimpen. Men kan hierbij denken aan een koekblik, een spelletjesdoos of een pallet bakstenen.
3) Double bubble blown proces
PVC- en PO-folies worden biaxiaal geëxtrudeerd door een zogenaamd "double bubble" blown-proces. Dit blown-proces is een variant op het blown-proces waarmee een rekfolie tot stand komt. De mate van strekking tijdens het blown-proces is echter niet alleen van belang voor de sterkte van de folie maar ook bepalend voor de krimpeigenschappen. Daarin onderscheiden de blown- processen van PVC en PO zich van elkaar.
Bij PVC wordt er direct na de extrusie een bubble gevormd die horizontaal getrokken wordt op grondniveau. Deze bubbel zorgt voor krimpeigenschappen in de lengte richting. Na deze eerste rek wordt een tweede verticale opwaartse bubbel gevormd die zorgt voor krimp in de breedterichting. Bij PO wordt iets vergelijkbaars gedaan, maar wordt ook de eerste bubbel in verticale richting neerwaarts geblazen. Deze coextrusie van 70 mµ dik wordt vervolgens nog eens in verticale richting geblazen tot een uiteindelijke dikte van 12 tot 25 mµ.
De nu ontstane folie wordt gewikkeld op een grote "moederrol". Deze moederrol wordt zeven dagen opgeslagen zodat de migratie tussen de verschillende lagen optimaal kan verlopen.
Na de rustperiode wordt de moederrol versneden in verschillende breedtes en daarna wordt de vlakke folie eventueel nog dubbelgevouwen op een aparte machine.
4) Cross linked
Bij sommige toepassingen kan het heel belangrijk zijn dat de folie heel hoge perforatie- of "dart drop"-weerstand biedt omwille van de vorm van het te verpakken product (scherpe hoeken). Voor dergelijke toepassingen wordt een PO-folie die voor 100% uit PE bestaat, atomisch bestraald waardoor er een moleculaire structuurwijziging plaats vindt. Hierdoor worden de moleculen aan elkaar verbonden of wel "cross linked". Het optimale effect wordt bereikt wanneer deze bestraling gelijk na extruderen in de lijn plaats vindt. De speciale eigenschappen van deze folie komen ook tot hun recht wanneer de folie heel snel verwerkt dient te worden en wanneer men stilstanden door storing wenst te voorkomen. Een "cross linked" folie leent zich dus goed voor toepassingen op hoge capaciteitslijnen.
5) Soortelijk gewicht
PVC heeft een soortelijk gewicht van 1,3 tot 1,35 g/cm³ tegenover slechts 0,91 g/cm³ bij PO.
Alleen al dit verschil in soortelijk gewicht betekent dat men bij gelijke foliedikte 45% meer nodig heeft van PVC dan van PO. Hoewel PO dus per kilo veel duurder is, kan de prijs per verpakt product vaak veel aantrekkelijker zijn.
6) Repulsie
Wanneer de te verpakken producten uit hetzelfde materiaal bestaan als de krimpfolie, kan tijdens het verhitten een verbinding ontstaan tussen het product en de folie. Hierdoor blijft de folie plakken wat tot beschadiging kan leiden bij verwijdering. Om dit te voorkomen kan in dat geval een coextrusie worden toegepast waarbij de samenstelling van het materiaal waaruit de binnenste laag gemaakt wordt dusdanig wordt gekozen dat geen verbinding optreedt. Men spreekt dan van een repulsieve folie.
7) Microperforaties
Om de lucht tijdens het krimpen te laten ontsnappen wordt de krimpfolie voorzien van een groot aantal kleine gaatjes, microperforatie genoemd. Er bestaan verschillende vormen van microperforatie. Afhankelijk van de gewenste dichtheid van deze gaatjes dient hieruit een keuze te gemaakt te worden. Bij producten met een regelmatige vorm kan het aantal gaatjes beperkt blijven. Het volstaat dan om de folie op de krimpmachine langs een met scherpe punten voorziene perforatierol te leiden.
Wanneer het product onregelmatig van vorm is, kan het zijn dat er op bepaalde plekken een hogere dichtheid aan gaatjes nodig is. De gaatjes dienen dan al tevoren, tijdens het productieproces van de krimpfolie zelf aangebracht te worden. Vanwege de hoge doorvoersnelheid van de folie tijdens dit proces lijken deze gaatjes eerder scheurtjes. Het kan ook zijn dat de folie na het krimpen nog moet kunnen ademen. Hierbij dient de dichtheid aan gaatjes zo groot mogelijk te zijn. Bij een te grote dichtheid aan gaatjes dreigt de folie te scheuren. Dit kan voorkomen worden door het perforatieproces tijdens de productie van de folie uit te voeren met behulp van hete naalden. Deze wijze van "hot needle" perforatie levert mooie ronde gaatjes met stevige gesmolten randjes.
8) UV bestendigheid
Bij blootstelling aan zonlicht kan de folie versneld verouderen. Dit komt hoofdzakelijk door de UV straling. Door toevoeging van een UV-stabilisator kan dit proces vertraagd worden. Wanneer men weet dat de folie wordt toegepast voor het verpakken van producten die langere tijd in de buitenlucht worden geplaatst, is het raadzaam een folie met een dergelijke toevoeging te gebruiken.
9) High Friction
Wanneer pakketten of zakken op een pallet gestapeld worden, dient de palletlading als geheel stabiel te zijn. Dit kan door de lading na het stapelen te zekeren met hulpmiddelen als tussenlegvellen, krimpfolie en rekfolie of omsnoering. Om het gebruik van deze hulpmiddelen te beperken kan ook gekozen worden voor een door Contimeta ontwikkelde High Friction krimpfilm. Dit is een geprofileerde folie die na de krimp een zeer ruwe oppervlakte toont. Deze krimpfolie wordt onder andere toegepast in zeer koude omgevingen, zodat zelfs eventuele ijsvorming op de producten geen probleem oplevert.





